Les 4 – Doppen breken – moeren in laten lopen

Inhoud praktijkles
- Omschrijving van deze les
- Verwijzingen naar de online theorie
- Doppen breken op de 13e dag
- Tuters en kwakers
- Mijn eigen bijenvolk


Drie rijpe doppen. Uit de middelste dop loopt de koningin bijna uit.
Omschrijving van deze les
Korte omschrijving:
Deze les vind plaats op vrijdagavond. Het is dan de 13e dag na het maken van de kunstzwerm. In ons geval de broedloze koninginnenaflegger/veger.
We gaan de zwermcellen/doppen breken, cq loskrabben en de jonge koninginnnen in het volk laten lopen.

Opdrachten in deze praktijkles:
- Luister of het geluid van een tuter en of kwakers te horen zijn.
- Als de tijd ernaar is, de kast openen en doppen beoordelen op rijpheid.
- Stel vast of er sprake is van zwermcellen of redcellen.
- Controleer alle ramen op open, gesloten, uitgelopen of afgebeten doppen.
- Stel eventueel vast dat breken niet meer hoeft.
- Breek de doppen als dit veilig kan; wees bedacht op verborgen doppen!
- Controleer jonge moeren op zichtbare afwijkingen, lengte van het achterlijf.
- Vang eventueel enkele jonge moeren af
Meenemen:
Zorg voor een pincet, klein scherp mesje of klein schaartje.
Eventueel koninginnen-kooitje om een jonge moer af te vangen.
Verwijzing naar de online theorie
Voor deze les is het verstandig om de volgende lessen uit de online theorie nog een keer door te lezen.
- Les 5.2 Zwerm verhindering
- Les 5.3 Hoofdvolk

Doppen breken op de 13e dag
De tweede stap in de zwermverhindering is het voorkomen van het vertrek(ken) van nazwerm(en) door ervoor te zorgen dat van al die koninginnen die het volk in redcellen opkweekt er maar één jonge koningin in het volk over blijft. In de praktijk noemen we deze maatregel ‘doppen breken op de 13e dag’ en jonge koninginnen in laten lopen. Een betere benaming zou eigenlijk zijn ” Doppen open maken en koninginnen in het volk laten lopen”.
Â
Doppen breken op de 13e dag
Na het wegnemen van de oude koningin en het wegbreken van eventueel aanwezige zwermcellen gaat het bijenvolk redcellen aanzetten om een nieuwe koningin te krijgen. Soms zet het volk een paar redcellen aan, soms tientallen. Ze bouwen cellen met daarin werksterlarfjes van (meestal) ongeveer 1-,5 dag oud om tot redcellen.1,1,- 12 dagen later wordt er uit zo’n redcel een koningin geboren.
Op de 13e dag kan de imker de doppen/redcellen breken. Op het moment van doppen breken loopt er vrijwel altijd al een jonge koningin in het volk en zijn er verder redcellen met poppen in verschillende staat van ontwikkeling aanwezig. In sommige redcellen zitten rijpe, jonge koninginnen klaar om de redcel te verlaten.
Daarvan gaan we er tijdens het doppen breken enkele in het volk laten lopen. In andere redcellen zitten poppen die nog in ontwikkeling zijn. Die worden weggebroken.
Daarna maken de jonge koninginnen in een onderling gevecht uit wie er in het volk overblijft. Er is dan weer één koningin in het volk en er wordt niet meer gezwermd.
De eerst geboren jonge koningin vertrekt niet eerder dan op de 14e dag met een nazwerm omdat zij voor die tijd door de werksters nog niet als koningin kan worden herkend.
Ze kan nog niet genoeg koninginnenstof afgeven.
Het in laten lopen van meerdere jonge koninginnen is niet per se noodzakelijk maar een soort verzekering om te voorkomen dat er een moerloos volk overblijft als de eerst geboren jonge koningin, de tuter, bij deze grote ingreep verloren gaat.
NB:
Alle redcellen vinden is moeilijk. De tot redcel omgebouwde werkstercel zit soms diep in de raat en kan lastig te vinden zijn.
Daarom schudden we bij deze
ingreep de bijen van de ramen om alle redcellen te kunnen vinden. We mogen geen redcel missen omdat er anders alsnog een nazwerm afkomt. Doppen breken kan niet uitgesteld worden!
Bij ongunstige omstandigheden zoals koud weer en gebrek aan dracht, kunnen de bijen daarbij lastig zijn. Zorg dus voor goede bijen dichte kleding en werk rustig en vooral secuur. Bij prikkelbare bijen kan het verstandig zijn mensen in de
omgeving te vragen even uit de buurt te blijven.
Voorbereiding

1. We horen de tuter wel
Als we de tuter horen weten we dat er een jonge koningin in het volk is en kunnen we gaan beginnen.
We nemen de bakken van elkaar; dekken deze af en beginnen met de onderbak.
Stoot de bijen van alle ramen in de plastic emmer of korf en kijk of je op de raampjes open en gesloten redcellen kunt vinden.
In de gesloten cellen kan een rijpe moer zitten.
Zo’n cel met een rijpe moer is te herkennen aan het gemakkelijk loslaten van het dekseltje van de redcel. Soms ook aan de glanzend bruine kleur. Zie foto’s hiernaast.
Zit er een jonge moer in dan laten we deze in het volk lopen. Dat kan met een paar (3-4) jonge koninginnen gedaan worden.
Alle redcellen moeten worden weggebroken. Als we alle ramen behandeld hebben worden de afgeslagen bijen terug in de kast’gegoten’ en kan de kast gesloten worden.
De jonge koningin zal na ongeveer 6 dagen op bruidsvlucht gaan en zal zo na een week beginnen met het leggen van eitjes.
Negen dagen daarna zal er het eerste gesloten werksterbroed zijn, een teken van een goede leggende koningin.


2. We horen de tuter niet
Het kan zijn dat we geen tuter horen. Dat is lastig want nu weten we niet zeker of er een jonge moer in het volk rondloopt.
Heel af en toe is er op de 13e dag nog geen jonge koningin geboren. Vooral na een Periode met koud, nat weer wil dit nog wel eens het geval zijn. Als we dan alle doppen zouden wegbreken, zouden we een hopeloos moerloos volk hebben.
A: Geen tuter te horen, maar mogeliik is er wel een jonge moer aanwezig.
Als we geen tuter horen gaan we eerst een raampje met mooie doppen zoeken en dat hangen we met opzittende bijen in een lege kast.
We houden dat raampje daar in reserve. Nu gaan we van alle andere ramen de bijen afschudden en breken de redcellen die dan zichtbaar zijn geworden.
We letten daarbij op of we een uitgelopen dop vinden. Dat is de lege dop waar de jonge konlngin uit is gelopen.
Die uitgelopen dop vertelt ons dat er een jonge koningin in het volk is. We vinden nu ook bijna zeker nog redcellen met rijpe jonge moeren erin.
Daarvan laten we er 3-4 in het volk lopen.
Als laatste breken we de doppen van het raam dat we even apart hebben gehangen. De komende drie weken laten we het volk met rust.
B: Geen tuter te horen, mogeliik is er geen jonge moer in het volk.
Als we geen tuter horen gaan we eerst een raampje met mooie doppen zoeken en dat hangen we met opzittende bijen in een lege kast.
We houden het raampje daar in reserve. Breek dan de doppen op de andere raampjes zoals hiervoor beschreven en zoek daar naar een uitgelopen dop.
Als we op geen enkel raampje een uitgelopen dop kunnen vinden of doppen met rijpe jonge moeren erin, moeten we aannemen dat de redcellen nog niet rijp zijn.
Hang dan het raam met doppen (merken met een punaise) dat we in reserve hebben gehouden terug in de bovenbak.
Uit een van deze doppen wordt de nieuwe koningin geboren. Controleer de volgende dag(en) of op het gemerkte raam een uitgelopen dop te vinden is.
Zodra we die uitgelopen dop vinden kunnen de overige doppen op het reserveraam gebroken worden. De komende drie weken laten we het volk met rust.

C: Geen tuter te horen, geen redcellen te vinden.

We beginnen met zoeken naar een raampje mooie doppen, maar we vinden alleen afgeknaagde doppen. Dat betekent dat het bljenvolk geen zwermplannen meer heeft.
Na het uitkomen van de eerste jonge koningin, de tuter, hebben de bijen de redcellen aan de zijkant open geknaagd, waarna de eerst uitgekomen jonge moer haar zussen
in de open geknaagde redcellen heeft doodgestoken. Soms laten de bijen toch nog een redcel met een jonge pop ongemoeid.
Daarom toch alle ramen inspecteren op redcellen.
De bijen van de ramen schudden of vegen
De bijen van de ramen schudden of vegen
Doppen breken op de 13e dag kan niet worden uitgesteld. Het kan stralend weer zijn met veel bijen op dracht.
In zo’n geval kan er veel nectar in de cellen zitten. Als we dan de bijen van zo’n raam schudden, spat de nectar in het rond en het kleverige goedje besmeurt
de bijen. De bijen veranderen dan in een stroperige onhanteerbare massa.
In zo’n geval de bijen niet van de ramen schudden maar met een bijenveger of ganzenveer van de ramen vegen.
Het werkt heel handig om de bijen niet boven de kast van de ramen te schudden maar in een korf, een grote plastic emmer of plastic vuilnisbak.
Dat geldt zeker voor de bijen van de ramen waarmee je begint. Bij afschudden boven de kast, worden deze bijen misschien wel twee of drie keer van de ramen geschud.
Daar worden ze niet vriendelijker van. Afgeschud in een emmer vormen de bijen een tros en kunnen na afloop gemakkelijk weer in de kast ‘gegoten’ worden.
Soms heeft zo’n tros de neiging naar boven en over de rand te lopen.
Door de emmer met een bons op de grond te zetten, valt de tros weer terug in de emmer. Eventueel afdekken met een doek of dekplank.


De bijen gaan weer terug in de kast
Leg een doek klaar om de kast mee af te dekken. Stoot de emmer een keer op de grond zodat de bijen hun houvast verliezen en zet hem dan snel omgekeerd bovenop de kast. Neem de emmer direct weg en dek meteen de bak af met de doek om te voorkomen dat de bijen massaal over de rand stromen.
Even later zitten de bijen tussen de raten en kan de doek worden weggenomen.

1. Rijpe dop
Aan het kleine spleetje is te zien dat de rijpe jonge koningin het dekseltje al heeft los gemaakt. Zodra ze het tuten niet meer hoort komt ze snel uit haar cel. Aan de structuur van de was is nauwelijks te zien dat er een rijpe koningin in deze cel zit.

2. Rijpe dop bruin
Aan de bruin glanzende kleur is te zien dat er in deze cellen rijpe jonge koninginnen zitten. Hier hebben de bijen de was al van het dekseltje weg geknaagd om het uitlopen voor de koningin te vergemakkelijken. Uit de cel linksboven loopt al een koningin uit.

3. Redcel, uitgelopen dop
Een uitgelopen dop, rechts naast twee gesloten redcellen. Door de uitgelopen dop weten we dat er al een jonge koningin is uitgelopen.
Kenmerkend voor de uitgelopen dop is het enigszins rafelige randje.

4. 5. 6. Redcellen
Meer en minder goed zichtbare redcellen.
Soms zetten de bijen heel wat goed zichtbare redcellen aan. Vaak zijn de bijen minder behulpzaam en zijn de redcellen moeilijk te
vinden.




7. 8. Uitgelopen dop
Net als de redcellen zijn uitgelopen doppen ook niet altijd goed zichtbaar.

9. Gebroken doppen
De uitgebroken doppen. Let op de verschillende kleuren ook al komen de doppen uit hetzelfde broednest.

10. Afgeknaagde redcellen/ doppen
Zichtbaar aan de zijkant open geknaagd.
Samenvattend
Op de 13e dag na het maken van de kunstzwerm moeten in het oude volk doppen gebroken worden.
- We luisteren en horen de tuter. Er is een nieuwe koningin, dus alle redcellen moeten gebroken worden.
- We luisteren en horen de tuter niet. Is er wel een koningin?
A: We houden een raam met doppen in reserve en breken de doppen van de overige ramen. Als we op die overige ramen een uitgelopen dop vinden is er dus een jonge koningin. We breken daarna alle doppen.
B: We houden een raam met doppen in reserve en breken de doppen van de overige ramen.We vinden geen uitgelopen dop op die overige ramen. Er is dus geen koningin en het reserve raam gaat weer terug in het volk en wordt de dagen erna gecontroleerd. Als er bij die controle een uitgelopen dop wordt gevonden is de jonge koningin uitgelopen.De rest van de doppen op dat raam moet gebroken worden.
C: We vinden afgeknaagde doppen. De bijen hebben zelf de doppen al ‘gebroken’.
Drie weken na het doppen breken kan gecontroleerd worden of er gesloten werksterbroed is.
Â
Mijn eigen bijenvolk
Mijn 6 raams kastje is gevuld met een volkje.
Enige dagen nadat het beschilderde kastje is meegenomen naar de praktijk locatie wordt deze gevuld met een kleine broedaflegger.
De broedaflegger bestaat uit 6 ramen.
1 raam met voer, 2 ramen met het liefst zoveel mogelijk gesloten broed en 1 raam met brias.
Alles met opzittende bijen en een extra raam bijen erbij in afgeklopt. Verder wordt het kastje aangevuld met de 2 door jou gemaakte broedramen met kunstraat.
Kortom, een mooie aflegger die aan het eind van het seizoen is uitgegroeid tot een 10 raams volk en ook zo ingewinterd kan worden.

Linksboven zie je de rijpe dop, afgeplakt met tape om afknagen aan de onderzijde te voorkomen.
Rechtsboven de wijze hoe de dop tussen de ramen word gedrukt en aangeboden word aan het volk.
Wat gebeurd er in mijn volkje?
Binnen enkele uren na het maken van de aflegger, beseft het volkje dat er geen koningin bij hun in het kastje zit. De bijen gaan op zoek naar 1 a 2 daagse larven en gaan deze larven voeren met koninginnen gelei. Op het raam ontstaan op den duur lange, doppinda-vormige cellen. Deze zitten niet zoals meestal met zwermcellen onderaan het raam, maar willekeurig ergens op een raam. We noemen dit ook wel redcellen. Deze cellen ”redden” het volk tegen hun ondergang. Maar wij het niet zo ver komen.
Wij plaatsen na enkele dagen en rijpe 10 daagse dop in het volk waar na 3 dagen een koningin uitloopt. Deze 10 daagse doppen worden door ons zelf gekweekt vanuit een raszuiver volk.
Dit proces heet koninginnenteelt en behoort zeker niet tot de basiscursus bijenhouden en zal ik om die reden ook niet verder uitleggen.
Wat doen wij deze les in ons volkje?
In deze les mag de inmiddels uitgelopen rijpe dop verwijderd worden uit het volkje.
We hebben de planning zo gemaakt dat zo’n 3 a 4 dagen voor deze les de 10 daagse rijpe dop in het volkje is aangebracht.
Logischerwijs is de koningin al uit de dop gekropen en loopt ergens in het volk.
Ga absoluut niet in het volkje zoeken naar de koningin!!
Een mooi afgeknaagd kapje aan de onderzijde van de dop duid het uitlopen van de koningin.
Bekijk met je begeleider of de dop is uitgelopen en hoe hij er uitziet.
Laat het kastje niet te lang open staan, werk rustig en verstoor het volkje niet te veel. Sluit direct daarna het kastje weer af en noteer op jouw kastkaart de datum en status van het volkje.