Controle hoofdvolk en besproeien met oxaalzuur

Inhoud praktijkles
- Omschrijving van deze les
- Verwijzingen naar de online theorie
- Controle hoofdvolk moergoedheid
- Controle aflegger op ruimte en voer
- Hoofdvolk besproeien met oxaalzuur
- Mijn eigen bijenvolk


Omschrijving van deze les
Korte omschrijving:
Het is inmiddels 2 weken geleden dat in het hoofdvolk en jonge koningin is uitgelopen. Na ongeveer 6 dagen is ze bronstig en gaat meerdere malen op bruidsvlucht. Bij normaal weer zou de nieuwe koningin al aan de leg kunnen zijn. Mogelijk zien we al eitjes en heel mischien jonge larven. Maar zeker nog geen gesloten broed.
Dit is het ideale moment om het volk te besproeien met een 3% oxaalzuur oplossing om de varroa mijt te bestrijden.

Opdrachten in deze praktijkles:
- Kijk of het hoofdvolk moergoed is.
- Besproei het hoofdvolk met een 3% oxaalzuur oplossing
- Controleer zowel de aflegger als het hoofdvolk op ruimte en voer hoeveelheid
- Plaats onder het hoofdvolk een varroalade om te kijken hoeveel varroa eraf valt
- Noteer alle bevindingen op de kastkaart
- We kunnen deze les helaas niets in het eigen volkje doen. Er zijn net jonge koninginnen uitgelopen en het is daarom beter dat het volkje niet gestoord word.
Verwijzing naar de online theorie
Voor deze les is het verstandig om de volgende lessen uit de online theorie nog een keer door te lezen.
- Les 6.2 Varroa bestrijding

Varroa bestrijding : oxaalzuur sproeien
Om wintersterfte van bijenvolken te voorkomen is een goede varroabestrijding belangrijk.
Met het zogenaamde drie gangen menu worden gedurende het jaar verschillende bestrijdingsmaatregelen genomen waarbij de toename van het aantal varroamijten in de bijenvolken telkens wordt verlaagd en niet tot gevaarlijke aantallen kan stijgen.
Oxaalzuur als middel om varroa te bestrijden
Een oplossing van 3 % oxaalzuur in water is heel effectief tegen mijten die op de bijen zitten. Deze oxaalzuuroplossing
werkt niet op de mijten in het broed en kan daarom alleen toegepast worden als er geen broed in het bijenvolk is.
Als er broed in het volk is, zit ongeveer 80% van de mijten in het broed. Het sproeien van oxaalzuur, mits goed toegepast, heeft geen nadelige invloed op de kwaliteit van de honing die over enige tijd geoogst moet worden.

De Varroa destructor
Het sproeien van een oxaalzuur oplossing van 3% in water
24 dagen na het maken van de veger loopt het laatste darrenbroed uit (ontwikkeling van de ei tot dar is 24 dagen)
en is het volk broedvrij omdat er nog geen nieuwe larven zijn van de jonge koningin (waarschijnlijk zijn er wel al eitjes).
Alle mijten zitten nu op de bijen. Dat kunnen er in deze tijd van het jaar al honderden zijn.
Door de bijen te besproeien met een oxaalzuuroplossing 3% in water wordt het bijenvolk van veel mijten bevrijd.
Zonder deze bestrijding wordt dat broednest al direct belast met grote aantallen mijten en vergroot de imker het risico dat het volk de winter niet overleeft.
28 dagen na het maken van de veger kan er alweer gesloten werksterbroed zijn.
De bestrijding met oxaalzuur moet dus tussen 24 tot 28 dagen na het maken van de veger plaats vinden.
NB:
Zorg voor persoonlijke veiligheid bij de oxaalzuur behandeling:
Gebruik gummihandschoenen, veiligheidsbril, stofmasker van tenminste P2 en zorg ervoor water bij de hand te hebben om bij contact te kunnen spoelen.
Benodigd materiaal:
30 gram oxaalzuur en één liter water, fles om de oplossing klaar te maken (bijv. colafles van 1,5 liter goed gemarkeerd met het woord oxaalzuur 3%), een goede plantenspuit, voorzien van etiket oxaalzuur 3%, trechter om deze te vullen.
Er is ongeveer 120 ml per volk nodig.
Nauwkeurig afwegen want een hogere concentratie kan bijensterfte veroorzaken.
Oxaalzuur heeft een hoge zuurgraad en (herhaaldelijke en intensieve) blootstelling door inademen of huidcontact kan (ernstige) gevolgen hebben voor de gezondheid.

Werkwijze:
– Los het oxaalzuur op in (handwarm) water. Vul de plantenspuit met de oplossing.
– Neem de broedkamers van het volk van elkaar. Begin te werken in de onderste broedkamer.
– Neem er eerst een kantraam uit, besproei beide kanten met oxaalzuur (per kant is dat ongeveer 3 ml oplossing).
Hang het raam apart. Er komt zo meer werkruimte.
– Sproei nu in de broedkamer in de vrij gekomen ruimte. Schuif het raam een plaats op en sproei weer in de vrij gekomen ruimte (per straat ongeveer 6 ml).
Behandel zo alle ramen.
– Hang na afloop alle ramen weer terug.
– Zet de bovenste broedkamer op het volk en behandel deze op dezelfde manier.
Indien het volk een honingbak heeft, schudt dan de bijen af in een emmer.
Besproei de bijen met de oxaalzuuroplossing, zet de honingbak weer terug op het volk en giet de bijen weer terug in het volk.
Overgebleven oxaalzuur oplossing sterk verdunnen met water wegspoelen in het riool.
Observeer de komende dagen het behandelingsresultaat en noteer uit welke volken meer of minder mijten vallen.

Foto boven: Mijtval op onderlegger.
Observeer de mijtval na de bestrijding. Volken waar veel mijten uitvallen hebben eind augustus, begin september nog een behandeling met mierenzuur nodig.
Foto rechts:
Een andere optie is om de ramen individueel eruit te pakken en zo de ramen aan beide zijden te besproeien.
Zeker bij kleine afleggers is dit aan te bevelen.

Foto boven: Oxaalzuur sproeien
Eerst een kantraam uitnemen en besproeien.
Het kantraam even terzijde hangen.

Foto boven: Oxaalzuur sproeien tussen de ramen
Telkens een raam opschuiven en in de open ruimte sproeien.

Mijn eigen bijenvolk
Heeft mijn volkje een jonge leggende koningin?
De vorige les, zo’n 3 week geleden, heb je een rijpe 10 daagse dop inhet volkje gehangen. Na 3 dagen is door ons de uitgelopen dop uit jouw volkje gehaald. Om te laten zien hebben we die op het plastic onder de deksel gelegd.
We gaan er van uit dat er een koningin in jouw volkje loopt die ook al bevrucht, en zelfs al aan de leg is.
De koningin is na haar geboorte ongeveer 6 dagen later bronstig. Mits het weer goed is geweest, heeft ze enkele bruidsvluchten gemaakt en gepaard met zo’n 10 tot 15 darren. Dan ongeveer een week later begint ze te leggen. Eerst nog voorzichtig hier en daar een eitje en later wat meer in een gesloten blok.
Tot ze goed aan de leg is en een mooi blok gesloten broed heeft is ze nog vrij druk. Vaak rennen ze nog over de ramen, wat het vinden erg lastig maakt.
De rust komt meestal na een paar weken. Dan gaat ze ongestoord door met haar werkzaamheden tijdens het uithalen van het raam waar ze op loopt.
Tot die tijd is het verstandig even kort te kijken en niet te zoeken naar haar. Zie je brias zoals hieronder, dan weet je dat het goed is.
Mogelijk is het vandaag op de cursusdag nog iets te vroeg en zijn er alleen hier en daar wat eitjes te zien.

Wat gaan wij doen in ons volkje?
We gaan even kort kijken of het volkje moergoed is. Daarbij kijken we onder begeleiding, voorzichtig of we eitjes en/of al larfjes kunnen zien.
Voor gesloten broed is het mogelijk nog te vroeg, maar niet onmogelijk.
Let op dat je met het raam boven het kastje blijft. Een jonge koningin valt sneller van het raam dan een wat oudere moer.
Ook kijken we hoe het is met de voorraad voer in de zesramer. Is er voldoende voer dan verwijderen we de voerbak. Zo niet, dan gieten we nog wat voer bij in de voerbak. Eventueel kan er een raam met kunstraat bij in worden gehangen. Uiteraard alleen als er nog een positie vrij is.
Daarna kast weer sluiten en op de kastkaart jouw bevindingen noteren.

Kun je op bovenstaande foto eitjes, larven en gesloten broed herkennen?
Mogelijk staat het bijenvolk al bij jouw thuis en misschien zit heb je hem ook al over gezet naar een 10 raams kast.
Het is verstandig om elke week even in de kast te kijken of het volk nog moergoed is, voldoende ruimte heeft en of er nog genoeg voer is. Laat tussentijds het volk zo veel mogelijk met rust.
Het volk zal gestaag doorgroeien en de mogelijkheid bestaat dat het volk al zo groot word dat het zelfs al 6 a 7 ramen broed heeft. Normaal gesproken zou je dan overgaan naar een 2e broedkamer, maar gezien de tijd van het jaar is het de vraag of dit verstandig is. Overleg met jouw docent of mentor wat hier de beste keus is.
Ook kan het zo zijn dat er een erg goede dracht is en kast vol loopt met honing. Omdat er nog geen honingkamer opstaat bestaat de kans dat er zoveel honing in de kast komt dat de koningin geen ruimte meer heeft om te leggen. Het beste is dan om 1 a 2 ramen voer uit de kast te halen en te vervangen 1 a 2 ramen met kunstraat. Bij twijfel ook even overleggen met docent of mentor.
Drachtarme periode
In deze les gaan we honing slingeren en dat is niet zonder reden. Zo begin juli wil het nogal eens voorkomen dat we net tussen de voorjaar en zomerdracht in zitten. Ondanks dat de natuur er prachtig uitziet, kan het toch zo zijn dat we in een drachtarme periode zitten. Dit betekent dat de bijen op hun voorraad zijn aangewezen. In deze tijd is het vaak wachten op de bloei van de linde.
Door de voorjaarshoning te slingeren hebben we de honingkamers weer vrij voor de linde dracht.
In deze tijd is het zaak om vooral van kleine en ook jonge volken goed de voer voorraad in de gaten te houden.
Ander gedrag
In zo’n drachtarme periode kan het gedrag van de bijen ook wat veranderen, van zachtaardige bijen naar wat prikkelbare bijen.
De haalbijen zitten in deze periode wat werkloos thuis en dat maakt dat het gedrag ook wat anders kan zijn.
Als de linde bloeit word er weer vol ingezet op nectar en stuifmeel halen en zal het vertrouwde gedrag ook weer terug komen. Het kan natuurlijk ook zijn dat de oorzaak ergens anders ligt, bijvoorbeeld dat het volk moerloos is geworden. Ook dit zal het gedrag van het volk meestal veranderen, wat in de praktijk betekend dat het de bijen wat stekeriger worden.